Pagina hulpmiddelen
De basis van cellulaire geneeskunde
Eén op de twee mannen en één op de twee vrouwen in Europa heeft een verhoogd gehalte van cholesterol, triglyceriden, lipoproteïnen(a), LDL (Low-Density Lipoproteïne) lipoproteïne(a) en andere risicofactoren in het bloed. Wereldwijd gaat het om honderden miljoenen mensen. Deze bloedfactoren zijn voor het risico op hart- en vaatziekten over het algemeen van ondergeschikt belang, omdat het voornaamste risico de instabiliteit van de slagaderwand is. Daarom worden deze risicofactoren die in het bloed circuleren, ook wel samengevat onder het begrip secundaire risicofactoren. Verhoogde gehaltes van cholesterol en andere risicofactoren in het bloed zijn niet, zoals tot nu toe werd aangenomen, de oorzaak van hart- en vaatziekten, maar hooguit een gevolg van de aandoening die zich aan het ontwikkelen is. In dit hoofdstuk wordt dit volkomen nieuwe inzicht in de eigenlijke functie van deze secundaire risicofactoren beschreven.
De traditionele geneeskunde richt zich vooral op het bestrijden van de symptomen van secundaire risicofactoren. Medicijnen die de productie van cholesterol blokkeren en ook andere middelen worden heden ten dage aan miljoenen mensen voorgeschreven. Als oorzaken voor een verhoogd cholesterolgehalte e.d. kent de traditionele geneeskunde twee belangrijke factoren. Allereerst aangeboren stoornissen in de stofwisseling (genetisch risico) en ten tweede een verkeerd voedingspatroon (voedingsafhankelijk risico). Dit inzicht in de oorzaken is onvolledig en is dringend aan een aanvulling toe.
De cellulaire geneeskunde biedt een compleet nieuw inzicht in de secundaire risicofactoren van hart- en vaatziekten en tevens een geheel nieuwe preventiemethode. Cholesterol, triglyceriden, LDL-cholesterol, lipoproteïne(a) en andere stofwisselingsproducten zijn ideale reparatiemiddelen voor een verzwakte slagaderwand. Als deze door chronisch vitaminegebrek verzwakt is, stijgt de behoefte aan reparatiemoleculen voor herstel van de beschadigde vaatwand. De stofwisselingscentrale van het lichaam, de lever, krijgt een seintje om meer reparatiemoleculen te produceren. Van daaruit komen cholesterol en alle andere reparatiemoleculen in de bloedbaan en zo bij de beschadigde plekken in de vaatwand, bijvoorbeeld in de kransslagader. We weten inmiddels dat de reparatie van de vaatwand ook doorgaat bij een chronisch tekort aan vitaminen en andere celfactoren. Het gevolg is dat er een atherosclerotische neerslag ontstaat. De cellulaire geneeskunde levert ons niet alleen een nieuw inzicht in de rol van atherosclerotische neerslag (“steun” van de slagaderwand bij vitaminegebrek), maar ook in de rol van de secundaire risicofactoren. Cholesterol, triglyceriden, LDL en lipoproteïne(a) zijn belangrijke reparatiemoleculen voor een door vitaminegebrek verzwakte slagaderwand. Ze kunnen zich alleen dan tot een risicofactor voor een cardiovasculaire aandoening ontwikkelen als de wanden van de bloedvaten door chronisch vitaminegebrek verzwakt zijn. Daarom is de indeling als „secundaire” risicofactor ook zo treffend. De cellulaire geneeskunde vergroot ons inzicht in de factoren die bepalend zijn voor uw persoonlijke risico op een cardiovasculaire aandoening.
Klinische studies
Het effect van vitamine C op de gehaltes van cholesterol en andere vetten in het bloed is in talloze klinische onderzoeken beschreven.
- Dr. Hemilä heeft meer dan 40 van deze onderzoeken geëvalueerd. Bij patiënten die begonnen met een hoog cholesterolgehalte (meer dan 270 mg per deciliter of hoger dan 8 mmol/l) heeft het aanvoeren van extra vitamine C ervoor gezorgd dat de cholesterolgehaltes met ca. 20% konden worden verminderd. Patiënten met een laag of gemiddeld gehalte daarentegen, vertoonden slechts een lichte verlaging van cholesterol, of de gehaltes bleven gelijk.
- In een onderzoek van dr. Sokolov, gefinancierd door de Amerikaanse Hartstichting, werd aangetoond dat twee tot drie gram vitamine C per dag het niveau van triglyceriden in het bloed met gemiddeld 50 tot 70% kan doen dalen. Er werd aangetoond dat vitamine C de productie van enzymen (lipasen), die triglyceriden afbreken, met wel honderd procent kan doen toenemen.
- Klinische studies tonen aan dat behalve vitamine C ook een optimale toevoer van vitamine B3 (nicoti-nezuur), vitamine B5 (pantothenaat), vitamine E en carnitine van essentieel belang is. Aangezien deze bestanddelen samenwerken, is een gecombineerde toediening in de vorm van een vitamineprogramma een belangrijk voordeel vergeleken met het innemen van grote doses vitaminen afzonderlijk.
