Dr. Rath Health Foundation

Dr. Rath Health Foundation

Social Media

Nieuwste poging om vitaminen in diskrediet te brengen: Is dat niet misdadig?

Managers van het farmaceutische en chemische kartel I.G. Farben in de beklaagdenbank van het oorlogstribunaal in Neurenberg. Ze waren aangeklaagd wegens misdaden als massamoord en misdrijven jegens de menselijkheid. Aan dertien ervan werd een gevangenisstraf opgelegd van achttien maanden tot acht jaar.

In augustus 1947, twee jaar na het einde van de Tweede Wereld Oorlog, verschenen vierentwintig managers van het I.G. Farben farmaceutisch en chemisch kartel voor het internationale oorlogstribunaal in Neurenberg in Duitsland omdat ze werden beschuldigd van misdaden als massamoord en misdrijven jegens de menselijkheid. Het vonnis van het tribunaal kwam 11 maanden later en zorgde ervoor dat er aan dertien van deze gedaagden een gevangenisstraf werd opgelegd van achttien maanden tot acht jaar.

Zestig jaar verder, in april 2008, lezen we in de media nog altijd dat het gebruik van vitaminesupplementen kan leiden tot een vroegtijdige dood. Volgens een onderzoek dat werd uitgevoerd namens de Cochrane Collaboration door onderzoekers van de Kopenhagen Universiteit in Denemarken, bleek het gebruik van bètacaroteen, vitamine A en vitamine E te leiden tot "aanzienlijk hogere sterfte", terwijl proeven met vitamine C "geen duidelijk effect" bleken te hebben.

Lees verder om te ontdekken wat de wereldmedia u niet heeft verteld over dit Cochrane review, zoals de mogelijke historische parallel met misdrijven die zijn gepleegd door de managers van het I.G. Farben kartel.

Op voorhand getrokken conclusies met mogelijk genocidale gevolgen

Nu de Wereld Gezondheids Organisatie jaarlijks 15,3 miljoen sterfgevallen toeschrijft aan hartaandoeningen en 6 miljoen sterfgevallen aan kanker, wordt het duidelijk dat het genocidale potentieel van de aanbevelingen van deze onderzoekers – als ze zouden worden geïmplementeerd in nationale gezondheidsrichtlijnen via beperkingen in de verkoop van vitaminesupplementen – uiteindelijk kan leiden tot sterftegevallen die vele malen hoger zijn dan het aantal doden dat werd veroorzaakt door de hierboven genoemde managers van I.G. Farben.

Ten eerste is het belangrijk te weten dat het recente onderzoek van de Cochrane Collaboration geen klinisch onderzoek was, maar een meta-analyse. Het is belangrijk dit onderscheid aan te brengen, omdat er bij een klinisch onderzoek wetenschappelijk wordt onderzocht wat het effect is van een behandeling, terwijl een meta-analyse slechts een statistische evaluatie is van gegevens uit diverse reeds bestaande onderzoeken, die zijn gecombineerd en vervolgens worden gepresenteerd als een afzonderlijk stuk.

Deze meta-analyse gebruikte 67 willekeurige testen met antioxidanten (vitamine A, C, E, bètacaroteen en selenium) en concludeerde dat vitamine A, E en bètacaroteen het sterfterisico met 16% verhoogden. Ondanks de uitgebreide aandacht die er in de media aan werd besteedt, werd er echter nauwelijks gelet op het feit dat deze analyse niet eens nieuw was. Hetzelfde onderwerp, dezelfde onderzoeken en dezelfde auteurs uit Servië, Denemarken en Italië waren zelfs een jaar daarvoor al verschenen in het Journal of the American Medical Association (JAMA). Het was dan ook wel te verwachten dat veel wetenschappers, voedingsdeskundigen en de voedingssupplementensector kritiek hadden op de meta-analyse van de JAMA, net als dit jaar het geval was. Het gevolg daarvan was dat de auteurs later toegaven dat hun werk fouten bevatte en de JAMA correcties moest publiceren.

Nu blijkt echter dat dit zelfde onderzoek weer is "in een ander jasje is gestoken" en als "nieuw" wordt gepresenteerd.

Bovendien, en dat blijkt wel uit het volgende artikel, is deze meta-analyse simpelweg de laatste in een groeiende rij "antisupplementen" publicaties van dezelfde auteurs. Uit al deze publicaties blijkt duidelijk dat de conclusies in feite van tevoren zijn getrokken, voordat er ook maar één letter op papier was verschenen. We zijn er dan ook zeker van dat het bewijs wat we hier voorleggen glashard zal aantonen dat de betreffende auteurs erop uit zijn nationale regeringen en de medische gevestigde orde te overtuigen dat er dringend politieke actie dient te worden ondernomen om vitaminen te reguleren als zijnde gevaarlijke middelen.

Nu onderzoek op het gebied van cellulaire gezondheid echter de optimale dagelijkse inname van vitaminen heeft vastgesteld als basaal preventief en therapeutisch middel tegen hartaandoeningen, kanker en vele andere ziekten en de Wereld Gezondheids Organisatie jaarlijks 15,3 miljoen sterfgevallen toeschrijft aan hartaandoeningen en 6 miljoen sterfgevallen aan kanker, wordt het duidelijk dat het genocidale potentieel van de aanbevelingen van deze onderzoekers – als deze zouden worden geïmplementeerd in nationale gezondheidsrichtlijnen via beperkingen van de verkoop van vitaminesupplementen – uiteindelijk kan leiden tot sterftecijfers die vele malen hoger zijn dan het aantal doden dat werd veroorzaakt door de hierboven genoemde managers van I.G. Farben.

Conclusies komen niet overeen met de conclusies van de gebruikte onderzoeken

Statistisch onderzoek toont aan dat mensen die vitaminesupplementen gebruiken een grotere kans hebben om te sterven omdat ze door bliksem worden geraakt of als gevolg van een bijen- of wespensteek, dan vanwege het feit dat ze vitaminepillen slikken.

Photo: Axel Rouvin, "CG lightning strike"
Some rights reserved.
Source: www.piqs.de

Uit de totaal 815 vitamineonderzoeken die werden geëvalueerd, kozen de auteurs slechts 68 onderzoeken voor hun analyse in de JAMA-publicatie van 2007 en 67 onderzoeken voor het Cochrane onderzoek van dit jaar. Het is dan ook interessant op te merken dat terwijl de onderzoekers de effecten van geselecteerde antioxidanten op sterfte onderzoeken, ze onderzoeken negeerden waarin niemand overleed tijdens de proefperiode en opvolgperiode. Bovendien waren de onderzoeken op een aantal belangrijke punten dermate verschillend dat dit impact heeft op de resultaten.

Het spreekt vanzelf dat een meta-analyse betrouwbaarder is als de geselecteerde onderzoeken meer met elkaar gemeen hebben. Met andere woorden: er worden nauwkeuriger resultaten verkregen wanneer er bijvoorbeeld appels met appels worden vergeleken in plaats van appels met peren. Bij deze meta-analyse weken de gebruikte onderzoeken echter zeer uiteen en ook kwamen de getrokken conclusies niet overeen met de bevindingen van de gebruikte onderzoeken.

Het is dan ook zeer noemenswaardig dat pas nadat de auteurs deze 67 onderzoeken hadden gegroepeerd in "hoog risico op beïnvloeding" en "laag risico op beïnvloeding", met toepassing van hun eigen criteria, ze kwamen tot een statistisch significant effect op de sterfte. Anders was er geen effect te bemerken. De auteurs gaven zelfs toe dat hun resultaten afweken van observationele onderzoeken, die voordelen aantoonden van supplementatie met antioxidanten en met secondaire preventieve testen, zoals kankerpreventie-onderzoeken die waren gepubliceerd in magazines zoals Nutrition and Cancer, het Journal of the National Cancer Institute, en Diseases of the Colon & Rectum. Dit geeft aan hoe de conclusie die werd getrokken (supplementatie met antioxidanten leidt tot een toename van het sterftecijfer), van tevoren was bepaald en dat de auteurs slechts een middel zochten om deze conclusie te onderschrijven.

Conclusies wijken af van feitelijke bewijzen

De statistieken geven aan dat de conclusies die als gevolg van deze meta-analyse werden getrokken geen verband houden met de feitelijke bewijzen.

Zo blijkt uit gegevens in het jaarverslag van 2003 van de American Association of Poison Control Centres Toxic Exposure Surveillance System, die in september 2004 werden gepubliceerd in het American Journal of Emergency Medicine, dat er in 2003 in de gehele Verenigde Staten slechts 4 mensen overleden als gevolg van de inname van vitaminesupplementen.

We zullen dit aantal in de juiste context plaatsen: een onderzoek dat in 2005 werd gepubliceerd in het American Journal of Clinical Nutrition, schatte dat ongeveer 70 procent van de Amerikaanse bevolking op zijn minst af en toe voedingssupplementen gebruikt, terwijl ongeveer 40 procent ze regelmatig inneemt. Gezien het feit dat de Amerikaanse bevolking momenteel uit 300 miljoen mensen bestaat, gebruiken er dus 210 miljoen Amerikanen af en toe voedingssupplementen, en 120 miljoen mensen gebruiken ze regelmatig. Voedingssupplementen zijn dus buitengewoon veilig.

Bovendien, als we voorbij gaan aan de vraag of vitaminen wel verantwoordelijk waren voor deze 4 doden – en wij zijn van mening dat dit bij minimaal twee gevallen nog maar zeer de vraag is – is het zeer veelzeggend is dat geen ervan te wijten was aan de inname van bètacaroteen, vitamine A of vitamine E, terwijl het Cochrane onderzoek nu juist van deze drie voedingsmiddelen beweert dat het de sterfte verhoogt bij inname als supplement.

Statistische gegevens uit Nieuw Zeeland en Canada bevestigen nog sterker dat het sterfterisico van supplementen in vergelijking tot andere factoren verbazingwekkend klein is. Onderzoek in deze twee landen toont aan dat mensen die vitaminesupplementen gebruiken een grotere kans hebben om te sterven omdat ze door bliksem worden geraakt of als gevolg van een bijen- of wespensteek, dan omdat ze vitaminepillen slikken.

Onze reactie op de bewering dat supplementatie met antioxidanten de sterfte doet verhogen is dan ook deze simpele vraag: waar zijn al die doden dan?

Onze ziekenhuizen liggen duidelijk niet vol met mensen die lijden onder en sterven aan de gevolgen van vitaminen en andere natuurlijke geneeswijzen. In tegendeel. Ernstige reacties op geneesmiddelen kosten het Britse nationale ziekenfonds jaarlijks € 2,5 miljard en onderzoek toont aan dat dergelijke reacties nu op de vierde tot zesde plaats staan van doodsoorzaken in ziekenhuizen verpleegde patiënten in de Verenigde Staten. In Zweden staan ze op de zevende plaats. De wereldwijde verkoop van de farmaceutische industrie van giftige, gepatenteerde synthetische chemische medicijnen is momenteel al verantwoordelijk voor massamoord op een schaal die in de geschiedenis van de mensheid nog niet vaak is voorgekomen.

En toch, als de onderzoekers die verantwoordelijk zijn voor het Cochrane review hun zin krijgen, zijn het de wetenschappelijk onderzochte vitaminesupplementen in plaats van de dodelijke medicijnen van de farmaceutische industrie, die onderworpen worden aan de politieke actie om draconische restricties op te leggen aan de vrije verkrijgbaarheid ervan. De sterfgevallen die worden veroorzaakt door dergelijke beperkingen zouden dan ook zonder enige twijfel een misdrijf jegens de menselijkheid zijn en waarlijk van ondenkbare proporties.

Gezien deze mogelijke uitkomst en gezien het feit dat managers van toonaangevende farmaceutische en chemische industrieën in het verleden al schuldig zijn bevonden an massamoord, vragen we ons af of de klaarblijkelijke pogingen van de Cochrane onderzoekers om de farmaceutische industrie waarin miljarden worden omgezet een handje te helpen bij zijn pogingen niet-patenteerbare vitaminetherapieën te verbieden. Uiteindelijk zal het ertoe leiden dat ook zij schuldig zullen worden bevonden aan dergelijke misdrijven.

Waarom het onderzoek in Denemarken werd uitgevoerd

Het is geen toeval dat de Cochrane Collaboration koos voor het Kennis en Onderzoekscentrum voor Alternatieve Geneeskunde (ViFAB) in Denemarken en het Centrum voor Onderzoek naar Klinische Interventie van het Universitair Ziekenhuis in Kopenhagen, Rigshospitalet, als ondersteuning voor deze meta-analyse.

Het is algemeen bekend dat de Deense wetgeving op het gebied van voedingssupplementen zeer streng en beperkend is. Het is zelfs zo dat Deense actievoerders voor natuurgeneeswijzen de afgelopen jaren zorgen hebben geuit en zeggen dat de totalitaire aanval van de Deense regering op vrije wil en vrijheid – vermomd als 'consumentenveiligheid' er uiteindelijk toe zal leiden dat supplementen geheel zullen worden verboden in hun land.

Het is dus opmerkelijk dat de twee betrokken ondersteunende Deense organisaties een aantal belangenverstrengelingen hebben – zowel op het gebied van de bronnen van hun financiering en hun institutionele bevooroordeeldheid – die ernstige vragen oproepen met betrekking tot de resultaten van deze meta-analyse.

De operationele kosten van het Kennis en Onderzoekscentrum voor Alternatieve Geneeskunde worden bijvoorbeeld gedekt door een toewijzing in de Deense Financieringswet. In het bestuur zitten onder andere vertegenwoordigers van de Deense Medische Vereniging, het Deense Nationale Gezondheidsbestuur en het Deense Ministerie voor Gezondheid en Preventie.

Wat het Universitair Ziekenhuis Kopenhagen betreft, noemen we een aantal opmerkelijke specialistische afdelingen, zoals het Finsen Laboratorium, dat gespecialiseerd is in kankeronderzoek; een Afdeling voor Bestralingsbiologie, waar onderzoek wordt gedaan met ondersteuning van overheidsgelden, kankerorganisaties en privé-bedrijven; het Bartholin Instituut, dat onderzoeksgroepen heeft voor Kanker/Immunologie en Diabetes; een Afdeling Hematologie, die aandoeningen als kwaadaardig lymfoom, meervoudige tumoren van het beenmerg, acute leukemie en chronische aandoeningen aan de lymfen en myeloproliferatieve aandoeningen; en een Laboratorium voor Genentherapieonderzoek.

Verre van onafhankelijk en onbevooroordeeld dus, en het blijkt dat de financierders van dit onderzoek sterk bevooroordeeld zijn jegens farmaceutische geneesmiddelen en nauwe banden hebben met de Deense regering die duidelijk tegen supplementen is.

Drummond Rennie, directielid van het Cochrane Center in San Francisco en plaatsvervangend redacteur van het Journal of the American Medical Association, erkent al lange tijd de gevaren die voortvloeien uit een dergelijke belangen verstrengeling. In 2004 verklaarde hij aan het British Medical Journal al dat het "naïef was om te denken dat degenen die een financiële belangenverstrengeling hebben niet zullen worden beïnvloed wanneer er een onderzoek wordt uitgevoerd". Sterker nog, hij voegde toe dat "we overspoeld worden door onderzoeken die aantonen dat onderzoeken en reviews die worden beïnvloed door een financiële belangenverstrengeling, altijd de richting uitgaan van het standpunt van de commerciële sponsor."

Zoals we hierna zullen zien, in het geval van tenminste één van de auteurs van de Cochrane meta-analyse, Christian Gluud, MD, blijken de bevindingen van Rennie zeer relevant te zijn.

De belangenverstrengeling van Cochrane's reviewer Christian Gluud

De wetenschappelijke focus van Cochrane reviewer Christian Gluud is farmaceutisch R&D. Gezien het feit dat hij tevens Ambassadeur en lid is van de Wetenschappelijke adviesbestuur van BioLogue, een Deense organisatie die nauw in verband staat met het Deense Farmaconsortium en wiens leden bestaan uit farmaceutische bedrijven als AstraZeneca, is het dan nog verrassend dat hij wil dat antioxidantensupplementen worden gereguleerd als medicijnen?

De belangstelling van de media gaat voornamelijk uit naar Goran Bjelakovic, die aan het hoofd staat van het team auteurs van de anti-supplementen meta-analyse, maar wij betreuren het feit dat er aanzienlijk minder aandacht wordt besteedt aan de belangrijkste co-auteur Christian Gluud, vooral omdat hij diverse belangenverstrengelingen en betrekkingen lijkt te hebben met organisaties met een sterke institutionele bevooroordeeldheid ten opzichte van orthodoxe (d.w.z farmaceutische) geneesmiddelen.

Naast zijn werkzaamheden voor het Universitair Ziekenhuis Kopenhagen is Gluud bijvoorbeeld Ambassadeur en Lid van de Wetenschappelijke Adviesraad van BioLogue welke farmaceutisch R&D opgeeft als wetenschappelijke focus. Het netwerk van BioLogue is nauw verbonden met het Deense Farmaconsortium en bestaat uit diverse academische, gouvernementele en regelgevende partners; aangesloten bedrijven – waaronder farmaceutische bedrijven als AstraZeneca Denemarken; en de overgrote meerderheid van biomedische onderzoekers in Denemarken. Denemarken. Het stuurcomité van BioLogue bestaat onder andere uit vertegenwoordigers van de Deense Vereniging van de Farmaceutische Industrie en het Deense Agentschap voor Geneesmiddelen. Het is dan ook belangrijk te weten dat Gluud wordt vermeld als zijnde verantwoordelijk voor het verkrijgen van financiering voor de JAMA (2007) versie van de meta-analyse. Bovendien, zoals we later zullen zien, lijken sommige bronnen zelfs te beweren dat Gluud de hoofdauteur van het Cochrane review is, in plaats van Bjelakovic.

De belangenverstrengelingen van de Cochrane Collaboration

De Cochrane Collaboration publiceerde het review van Eletriptan in de tijd dat de toenmalige president en algemeen directeur van Pfizer, Henry McKinnel, tevens in de directie zat van de uitgeverij van de Cochrane bibliotheek, John Wiley and Sons.

De Cochrane Collaboration beschrijft zichzelf als "onafhankelijke organisatie" en zegt te zijn opgericht "ervoor te zorgen dat bijgewerkte, accurate informatie over de effecten van interventie in de gezondheidszorg over de gehele wereld gemakkelijk beschikbaar is." Het zegt bovendien dat zijn centrale functies worden gefinancierd door royalty's van de uitgevers ervan, John Wiley and Sons Limited, en dat deze komen van de verkoop van abonnementen op de Cochrane Bibliotheek. Van de individuele entiteiten van de Cochrane Collaboration wordt ondertussen gezegd dat ze worden gefinancierd door een grote variëteit aan gouvernementele, institutionele en privé-financieringsbronnen, en dat deze zijn gebonden aan een voor de hele organisatie geldend beleid wat het gebruik van fondsen van bedrijfssponsoren beperkt.

We zullen echter zien dat achter deze beweringen een aantal belangrijke en moeilijk te verklaren feiten schuilen die de "Grote Media" vreemd genoeg niet heeft willen vermelden, in zijn ogenschijnlijk enthousiasme om ons te kunnen berichten dat het innemen van vitaminesupplementen kan leiden tot een vroegtijdige dood.
De luid verkondigde bewering dat Cochrane "onafhankelijk" zou zijn, blijkt al lange tijd zeer in twijfel te worden getrokken. In oktober 2003 wees het British Medical Journal er al op dat de website van Cochrane twee reviews van medicijnen tegen migraine bevat – Eletripan en Rizatriptan – die hoofdzakelijk werden gefinancierd door Pfizer, de fabrikant van Eletriptan.

De hoofdonderzoeker van deze twee reviews, Andrew Moore, mag dan wel beweren dat hij "sterk voorstander" is van hun sponsorschap van Pfizer, het feit blijft dat zowel hij als een van de andere reviewers van Eletriptan werkzaam zijn geweest als consultants voor farmaceutische bedrijven en andere organen, en onderzoeksgelden hebben ontvangen van industrieën, de overheid en goede doelen. Als zodanig kan men zeker de conclusie trekken dat de verdediging van de twee reviews van migrainemedicijnen van Moore allesbehalve onafhankelijk is.

Dat was echter nog niet alles. Cochrane publiceerde het review van Eletriptan in de tijd dat de toenmalige president en algemeen directeur van Pfizer, Henry McKinnel, tevens in de directie zat van de uitgeverij van de Cochrane bibliotheek, John Wiley and Sons.

Ondanks deze ernstige belangenverstrengelingen blijven zowel het review van Eletriptan en Rizatriptan, ten tijde van het schrijven van dit artikel (mei 2008) echter beschikbaar op de website van Cochrane.

In november 2003, nadat de BMJ openlijk had verklaard dat Cochrane bij een kruispunt was beland door het sponsorschap van de medicijnfabrikant, en Cochrane deelnemers met verhalen kwamen over hoe medicijnfabrikanten ze geld had geboden in ruil voor een goede review, kon het management van Cochrane niet anders meer dan aankondigen dat men zou pogen twijfels weg te nemen over de invloed van de industrie.

Alhoewel de kwestie van het sponsorschap van de medicijnfabrikant de jaarvergadering van 2003 van Cochrane in Barcelona overheerste – de belangrijkste sponsoren hiervan waren onder andere medicijnfabrikanten Merck Sharpe & Dohme, Novartis en AstraZeneca, wiens logo's prominent waren afgedrukt op de eerste pagina van het programmaboek van de conferentie – nam het management van Cochrane echter geen beslissingen en koos in plaats daarvan voor een complexe consultatie met zijn leden.

In februari 2004 werden er vervolgens beperkingen gesteld aan commerciële financiering, wat ertoe leidde dat er in april 2004 een nieuw beleid werd aangenomen. Nader onderzoek van het huidige beleid van Cochrane met betrekking tot commerciële financiering, toont echter aan dat er nog verschillende zeer belangrijke afwijkingen van de regels bestaan.

Zo kunnen werknemers van farmaceutische bedrijven nog altijd deelnemen aan reviews van de producten die door dat betreffende bedrijf worden gemaakt. En even belangrijk: er is niets dat werknemers of consultants van farmaceutische bedrijven, of mensen die gelden van farmaceutische bedrijven hebben ontvangen ervan weerhoudt om deel te nemen aan reviews voor concurrerende producten of medicijnsystemen zoals vitaminetherapieën.

Daarnaast vermeldt het huidige beleid van Cochrane specifiek dat overheids departementen, non-profit medische verzekeringsmaatschappijen en organisaties voor gezondheidsbeheer niet worden aangemerkt als commerciële bronnen. Ondanks het feit dat de overgrote meerderheid van hen nauwe banden heeft met de farmaceutische industrie en daar over het algemeen sterk voorstander van is, mogen ze nog altijd reviews van Cochrane sponsoren. Dus ondanks het feit dat welbekend is dat de Amerikaanse medicijnwaakhond FDA nauwe betrekkingen heeft met de farmaceutische industrie, verbiedt Cochrane het hun – noch hun equivalenten in andere landen – niet om reviews te sponsoren. Het is veelzeggend dat het jaarverslag en financiële verslag van Cochrane voor het boekjaar dat eindigt op 31 maart 2006 aangeeft dat maar liefst 79 procent van de financiering voor de voorbereiding van de reviews afkomstig is van "Nationale en Transnationale overheidsfinanciering (inclusief de EU), normaliter van gezondheids en aanverwante ministeries."

De bewering van Cochrane dat ze is "opgericht om ervoor te zorgen dat bijgewerkte, accurate informatie over de effecten van interventie in de gezondheidszorg over de gehele wereld gemakkelijk beschikbaar is" dient als zodanig te worden afgewogen tegen het feit dat de meerderheid van de financiering afkomstig is van organen met nauwe betrekkingen tot, en grote steun van, de farmaceutische industrie. In dit licht is het nauwelijks verrassend dat de meerderheid van haar reviews gaan over de evaluaties van op medicijnen gebaseerde therapieën. Met dit in gedachten is het zeker opmerkelijk dat de leden van de stuurgroep van de Cochrane Collaboration, die de activiteiten ervan sturen, zelf vrijwel allemaal werkzaam zijn bij medische afdelingen van universiteiten, ziekenhuizen of gezondheidsafdelingen van de overheid en in die hoedanigheid allemaal zeer nauwe banden hebben met de wereld van de orthodoxe (d.w.z farmaceutische) geneeskunde.

Het gevolg daarvan is dat, gezien het feit dat natuurgeneeswijzen als vitaminesupplementen wereldwijd onder steeds zwaarder vuur komen te staan van overheden en hun gezondheidsministeries, het niet moeilijk is om ons voor te stellen dat de Cochrane Collaboration een gegeven paard niet in de financiële bek willen kijken – vooral gezien de veelzeggende verklaringen in haar jaarverslag en financiële rapport dat "een aanzienlijk aantal" van de review groepen en centra van Cochrane Collaboration "onder zware financiële druk" staan en dat "anderen zeer veel moeite hebben om hun financiering of delen daarvan te behouden".

Farmaceutische en chemische belangen van de uitgever van de Cochrane Bibliotheek John Wiley & Sons Ltd.

Volgens de Cochrane Collaboration worden de centrale functies ervan gefinancierd door royalty's van haar uitgever, John Wiley and Sons Limited, welke afkomstig zijn van de verkoop van abonnementen op de Cochrane Bibliotheek. Maar zelfs hier blijken de zaken niet zo eenvoudig te liggen als ze op het eerste gezicht lijken.

Wiley's wetenschappelijke, technische, medische en academische bedrijf staat bekend als Wiley-Blackwel en publiceert ruim 300 medische stukken. We kunnen daarvan o.a. noemen: Cancer, het vlaggenschip-magazine van de American Cancer Society; Cancer Science, het officiële blad van de Japanse Kankerstichting; het European Journal of Cancer Care; Diabetic Medicine, het magazine van Diabetes UK; HIV Medicine, het officiële blad van de British HIV Association (BHIVA) en de European AIDS Clinical Society (EACS); het International Journal of Gynaecological Cancer, het officiële tijdschrift van de International Gynaecologic Cancer Society en de European Society of Gynaecological Oncology; en het Journal of Interventional Cardiology.

Daarnaast is het noemenswaardig dat Wiley door aankoop van Uitgeverijgroep VCH, de uitgeverijarm van de Duitse Chemische en Farmaceutische organisaties in 1996, één van de grootste chemische uitgeverijen ter wereld is geworden.

Er kan dan ook wel met zekerheid worden vastgesteld dat Wiley, als uitgever van de Cochrane Bibliotheek belangen heeft bij het bevorderen van farmaceutische en chemische medicijnen. Zij beschouwen een bevordering van natuurlijke niet-patenteerbare alternatieven – zoals vitaminetherapieën – waarschijnlijk als bedreiging voor de toekomstige winst.

Het ultieme doel van de Cochrane reviewers: "urgente politieke actie" om te komen tot strengere regulering van anti-oxidantsupplementen

Verrassend genoeg werd er door de media zeer weinig aandacht besteed aan het uiteindelijke doel van de reviewers, ondanks de voorspelbare aandacht die de media bestede aan dit Cochrane review.

In een artikel in het Medical News Today, doen de reviewers echter "dringend oproep tot politieke actie" voor strengere regulering van antioxidant supplementen. Interessanter nog, het artikel in het Medical News Today lijkt te beweren dat Christian Gluud – in plaats van Goran Bjelakovic – hoofdauteur was van het review en geeft een citaat van Gluud weer, waarin hij "onomwonden" verklaart dat: "de regulerende autoriteiten moesten het eens wagen om de industrie te reguleren zonder zelf financieel afhankelijk te zijn van deze industrie."

Als de kritiek van Gluud gericht zou zijn tegen de farmaceutische bedrijven – in de zin dat vrijwel alle regulerende organisaties zeer afhankelijk zijn van licentietarieven en ander inkomen uit de geneesmiddelenindustrie – dan was dat natuurlijk terechte kritiek geweest. In tegenstelling daartoe is het echter zo dat in de meeste landen vitaminefabrikanten traditioneel gezien zeer weinig tot niets in financiële zin hebben bijgedragen aan de overheidsorganen die de reguleringen opleggen. Het is dus opmerkelijk dat Gluud dit belangrijke feit verzweeg.

Ondernemende journalisten – en hiermee bedoelen we journalisten die verwijzen naar hun eigen onderzoek in plaats van luie collega's die enkel gebruik maakten van het persbericht van de Cochrane Collaboratie om hun artikelen op te baseren – dienen daarnaast op te merken dat de oproep van deze reviewers tot strengere regulering niet eens nieuw is omdat ze al zo'n vier jaar met dit bericht komen.

In een ouder Cochrane review uit oktober 2004 spanden dezelfde reviewers al samen om aan te tonen dat er geen overtuigend bewijs was voor de stelling dat antioxidantsupplementen een gunstige invloed zouden uitoefenen op het voorkomen van gastro-intestinale kankers of het algehele sterftecijfer en dat bètacaroteen, vitamine"A, vitamine C en/of vitamine E het algehele sterftecijfer zouden verhogen. In dit review werd openlijk verkondigd dat "antioxidant supplementen gereguleerd zouden moeten worden als zijnde medicijnen." In dezelfde maand zorgden Bjelakovic, Gluud en twee andere leden van hun team ervoor dat er een onderzoek werd gepubliceerd in de Lancet waarin werd beweerd dat ze "geen bewijs konden vinden voor de bewering dat antioxidantsupplementen gastro-intestinale kanker kunnen voorkomen" en dat "ze in tegenstelling daartoe de algehele sterfte lijken te verhogen."

De timing van deze publicaties in oktober 2004 is zeer veelzeggend, omdat ze slechts enkele weken voor de cruciale vergadering van de Codex Commissie voor Voedingsmiddelen en Dieetvoeding (CCNFSDU) onder de aandacht van de wereldwijde media werden gebracht en er een voorgestelde beperkende globale richtlijn voor vitamine- en mineralensupplementen op de CCNFSDU-agenda stond. De belangrijkste functies van de Codex Comités, die worden gefinancierd door de Wereld Gezondheids Organisatie en de Voedsel en Landbouw Organisatie van de Verenigde Naties, hebben betrekking op het opstellen van normen en richtlijnen voor de wereldwijde voedings- en voedingssupplementen industrieën. Codex-teksten hebben bindende autoriteit onder de Wereld Handels Organisatie (WHO) die ze gebruikt als benchmark bij het vormen van een oordeel in geval van internationale handelsdisputen aangaande voedingsmiddelen. Om deze reden baseren de meeste lidstaten van de Wereld Handels Organisatie hun nationale voedingswetten vrijwel altijd op de normen en richtlijnen van de Codex, niet alleen als middel om de internationale handel te bevorderen maar ook om dure handelsdisputen te voorkomen die aan de WHO worden voorgelegd.

Het is dan ook veelzeggend er over de hele wereld vele jaren lang veel protest is geweest tegen de voorgestelde richtlijnen voor vitamine- en mineralen-supplementen van de Codex en dat de aanname ervan sinds halverwege de jaren 1990 is uitgesteld. Desalniettemin, wellicht grotendeels dankzij de inspanningen van Bjelakovic, Gluud en hun team, resulteerde de CCNFSDU-vergadering van 2004 in het bevorderen van de richtlijnen naar de uiteindelijke aanname bij Stap 8.

Tot slot, en in verband met de ultieme doelen van het Cochrane review, is het noemenswaardig dat Bjelakovic en Gluud een zeer onthullend artikel schreven in de uitgave van 16 mei 2007 van het Journal of the National Cancer Institute. Bij het bespreken van een onderzoek dat beweerde dat het innemen van multivitaminen in verband kan worden gebracht met een verhoogd risico op vergevorderde of dodelijke prostaatkanker, verklaarden ze dat de auteurs van het onderzoek "toevoegen aan het groeiende bewijs dat twijfels plaatst bij de gunstige invloed van antioxidant vitaminepillen in over het algemeen goed doorvoedde bevolkingsgroepen en de mogelijkheid onderstreept dat antixodidantsupplementen onbedoelde consequenties kunnen hebben voor onze gezondheid." In de conclusie van hun artikel suggereren Bjelakovic en Gluud dat supplementen dienen te worden getest op de voor- en nadelen voordat ze op de markt mogen worden gebracht. Daarnaast impliceren ze dat supplementen net zo dienen te worden behandeld als farmaceutische medicijnen. En natuurlijk zeiden ze er niet bij dat dergelijke onderzoeken voor niet-patenteerbare substanties als vitaminen onmogelijk duur zouden zijn en dat enkel patenteerbare substanties, d.w.z synthetische chemische geneesmiddelen de mogelijkheid hebben de enorme kosten die hierbij gepaard gaan kunnen terugverdienen.

Met de absurde conclusie van Gluud in het achterhoofd dat regulerende autoriteiten "financieel afhankelijk" zijn van "de [vitamine] industrie" in plaats van de multimiljarden industrie van de gepatenteerde, synthetische chemische geneesmiddelen, lijken zowel Gluud als Bjelakovic zich de gewoonte aan te nemen om niet alleen relevante onderzoeken links te laten liggen, maar ook relevante feiten.

De invloed van de Grote Media

Journaliste Rachel Johnson schreef een artikel met de titel 'Niet zo vitale vitaminen' voor de Sunday Times waarin ze het review citeerde en beweerde dat vitaminen geldverspilling waren en dat het innemen ervan de levensduur verkortte. Later biechtte ze op dat ze "wel door had dat er een luchtje zat" aan het Cochrane review en dat ze "onder druk was gezet het te ondersteunen", zelfs ondanks het feit dat ze "dacht dat het eenvoudigweg onmogelijk was om dergelijke gevolgen toe te schrijven aan het gebruik van vitaminen."

Na een stroom van protesten die uitbrak na de recente publicatie van het Cochrane review, duurde het niet lang voor er bewijs boven water kwam dat bepaalde redacteuren hun journalisten onder druk hadden gezet om het review te ondersteunen.

Zo schreef Britse journalist en schrijfster Rachel Johnson een artikel met de titel "Niet zo vitale vitaminen" voor de Sunday Times waarin ze de review citeerde en beweerde dat vitaminen geldverspilling waren en dat het innemen ervan de levensduur verkortte.

Nadat ze echter een artikel onder ogen kreeg waarin geciteerd werd uit een onderzoek dat was gepubliceerd in het International Journal of Cancer – waarin werd aangetoond dat een onderzoeker die beweerde dat vitaminen de ontwikkeling van kanker kan versnellen in feite had toegegeven dat ze het bij het verkeerde eind had, biechtte Johnson op dat ze "wel doorhad dat er een luchtje zat" aan het Cochrane review en dat ze "onder druk was gezet om het te ondersteunen", zelfs ondanks het feit dat ze "dacht dat het eenvoudigweg onmogelijk was om dergelijke gevolgen toe te schrijven aan het gebruik van vitaminen."

Maar waarom zou Johnson onder druk zijn gezet? Zou dat misschien iets te maken kunnen hebben met het feit dat recente adverteerders in de tijdschriften van de Sunday Times bestonden uit bedrijven als Garnier, een afdeling van L'Oréal – 's werelds grootste cosmeticafabrikant en eigenaar van 8,7% van de aandelen van 's werelds grootste farmaceutische bedrijven, Sanofi-Aventis; Boots, de grootste farmaceutische detailhandelaar en groothandelaar in het Verenigd Koninkrijk; en BUPA, de toonaangevende Britse privé-zorgverzekeraar.

Conclusie


 

Als mensen uiteindelijk de toegang tot veilige natuurgeneeswijzen wordt ontzegd, zullen op farmaceutica gebaseerde geneesmiddelen de enige resterende optie zijn.

Net als het geval was bij het Cochrane review van 2004 en het onderzoek van de Lancet, komt de laatste meta-analyse van Cochrane op een kritiek moment in de wereldwijde strijd om het behoud van vrije toegang tot niet-patenteerbare vitaminetherapieën.

De Europese Commissie, geholpen en bijgestaan door de European Food Safety Authority (EFSA), is momenteel bezig aan de laatste fasen van het vaststellen van maximaal toegestane gehalten voor vitaminen en mineralen in supplementen. Het wordt momenteel verwacht dat deze gehalten voor januari 2009 bekend zullen worden gemaakt en dat in veel gevallen de toegestane dosering velen malen lager zal zijn dan de dosering die nodig is om chronische ziekten te voorkomen en een optimale gezondheid te bevorderen.

Intussen zijn er in Canada, Nieuw Zeeland en de Verenigde Staten soortgelijke regulerende activiteiten gaande om beperkingen op te leggen aan de verkrijgbaarheid van natuurgeneeswijzen. Het is duidelijk dat als deze actie succesvol is en patiënten vervolgens gedwongen worden om zich te wenden tot de dodelijke farmaceutische geneesmiddelen, er vele miljoenen mensen zullen sterven; iets wat met toepassing van cellulaire geneeskunde voorkomen kan worden.

Al met al dient de vraag te worden gesteld of de doelbewuste acties van de Cochrane reviewers – in het helpen en bijstaan van degenen die de draconische regulering van vitaminesupplementen tot stand willen brengen – niet strafbaar zijn.

Laten we voor een antwoord op deze vraag de bewijzen eens kort samenvatten.

Ten eerste weten we dat cellulaire gezondheids research mogelijk miljoenen levens kan redden. We weten ook dat de meeste voorgeschreven medicijnen niet werken voor de meeste mensen en dat ernstige reacties op geneesmiddelen nu tussen de vierde en zesde grootste doodsoorzaak is van in ziekenhuizen verpleegde patiënten in de Verenigde Staten. En als mensen uiteindelijk de toegang tot veilige natuurgeneeswijzen zal worden ontzegd, zullen farmaceutische geneesmiddelen de enige resterende optie zijn.

Met betrekking tot de recente Cochrane meta-analyse, weten we dat de twee organisaties die het ondersteunden – het Kennis en Onderzoekscentrum voor Alternatieve Geneeskunde (ViFAB) in Denemarken en het Centrum voor Onderzoek naar Klinische Interventie van het Universitair Ziekenhuis Kopenhagen, Rigshospitalet, sterk bevooroordeeld zijn jegens farmaceutische geneesmiddelen en nauwe banden hebben met de Deense regering die duidelijk tegen supplementen is.

Daarnaast weten we ook dat de meerderheid van de financiering van de Cochrane Collaboration komt uit organen met nauwe banden met en sterke steun voor de farmaceutische industrie en dat Wiley, de uitgever van de Cochrane Bibliotheek, belangen heeft bij het bevorderen van farmaceutische en chemische medicijnen.

Tot slot, en dit is mogelijk het ernstigst van alles, weten we dat Cristian Gluud, één van de belangrijkste auteurs van de meta-analyse van Cochrane, farmaceutisch R&D als wetenschappelijke focus heeft, en dat hij diverse belangenverstrengelingen heeft en banden onderhoudt met organisaties die institutioneel zeer bevooroordeeld zijn tegen niet orthodoxe geneeskunde.

Welke conclusie moet men als zodanig trekken wanneer Gluud en zijn collega's oproepen tot "dringende politieke actie" tot strengere regulering van supplementen? Moeten we nu heus geloven dat de verschillende belangenverstrengelingen die hierboven werden beschreven slechts toevallig zijn en dat de voortdurende pogingen van Gluud en zijn collega's om niet-patenteerbare vitaminetherapieën in diskrediet te brengen niet op de één of andere manier zijn bedoeld ter bescherming van de belangen van de wereldwijde miljardenindustrie van de farmaceutische bedrijven en hun investeringen in "De handel in ziekten"?

Eerlijk gezegd vinden we het bewijs dat hier werd gegeven al veel te sterk om zo maar weg te wuiven. We zijn er zelfs van overtuigd dat de organisatoren van de "vitaminen leiden tot een vroegtijdige dood" campagne uiteindelijk verantwoording zullen moeten afleggen voor hun daden.

Het recht zal zegevieren – de gezondheid en het leven van vele miljoenen mensen is ervan afhankelijk.

Ga voor meer meningen over dit onderwerp naar:

ANH weerlegt de recente anti-vitamine meta-analyse