Dr. Rath Health Foundation

Dr. Rath Health Foundation

Social Media

EU-richtlijn inzake voedingssuppletie in twijfel getrokken

Op 5 april 2005 maakte de advocaat-generaal bij het Europese Gerechtshof, Leendert A. Geelhoed, zijn mening bekend over de klachten die door de ‘Alliance for Natural Health’ en anderen (de reclamanten) naar voren werden gebracht tegen de Europese richtlijn 2002/46/EC, algemeen bekend als de ‘richtlijn inzake voedingssuppletie’.

De klachten die door de reclamanten naar voren werden gebracht kunnen eenvoudigweg als volgt worden samengevat:

  1. Werd de richtlijn op juiste wettelijke basis aangenomen?
  2. Houdt de richtlijn rekening met het principe van subsidiariteit? (D.w.z.: moet de richtlijn uitsluitend een regulering tot stand brengen, die niet wordt gedaan door de EU-lidstaten zelf?)
  3. Tast de richtlijn het principe van proportionaliteit aan? (D.w.z.: staat het effect van de richtlijn in verhouding tot het aanwezige probleem of ontstaan hierdoor onnodige beperkingen)?
  4. Garandeert de richtlijn de gelijke behandeling van alle door de regulering getroffen partijen?
  5. Is de richtlijn in strijd met de fundamentele mensenrechten?

De advocaat-generaal heeft hierover de volgende mening:

  1. Wettelijke basis: hierover zegt de advocaat-generaal letterlijk: "Bezien vanuit mijn standpunt zijn de voorwaarden [voor een richtlijn] aanwezig".
  2. Subsidiariteit: aangezien het doel van deze richtlijn is om handelsbarrières voor voedingssupplementen binnen de EU te overwinnen, bevestigt de advocaat-generaal, dat dit uitsluitend mogelijk is door een Europese richtlijn. Hij bevestigt daarom dat de richtlijn overeenstemt met het principe van subsidiariteit.
  3. Proportionaliteit: het feit dat de richtlijn haar doel ook had kunnen bereiken met minder beperkende maatregelen dan het beperken van het gebruik van bepaalde vitaminen en mineralen en het voorschrift dat de toegelaten stoffen slechts in een bepaalde vorm verkocht mogen worden, betekent nog niet dat de richtlijn ongeldig is.
    De advocaat-generaal ondersteunt daadwerkelijk de eis tot het samenstellen van een positieve lijst (d.w.z. een lijst met toegestane stoffen), wanneer hij zegt: "Ik zou hier ook duidelijk willen maken dat de keuze voor een systeem van positieve lijsten als zodanig geschikt zou zijn".
    Gelijktijdig trekt hij echter de conclusie dat de commissie haar plicht heeft verzaakt door dergelijke verstrekkende maatregelen niet zorgvuldig genoeg te definiëren. Dientengevolge trekt de advocaat-generaal met betrekking tot de proportionaliteit de volgende conclusie:
    "…de richtlijn tast het principe van proportionaliteit aan, aangezien niet adequaat rekening werd gehouden met de fundamentele principes van het gemeenschappelijk recht, zoals de verplichting tot rechtsbescherming, rechtszekerheid en reguliere administratie. De richtlijn is dan ook ongeldig."
  4. Gelijke behandeling: de advocaat-generaal is van mening dat de richtlijn als zodanig niet discriminerend is, maar merkt op dat dit niet betekent dat de richtlijn niet op discriminerende wijze kan worden toegepast. Daarom, gaat hij verder, zou de richtlijn moeten beschikken over geschikte en heldere omzetmechanismen die dergelijke discriminatie verhinderen, waar volgens hem op dit moment geen sprake van is.
  5. Fundamentele mensenrechten: vooropgesteld dat de bij punt 3 en 4 genoemde garanties voor de omzetting in de richtlijn worden opgenomen, is de advocaat-generaal van mening dat de richtlijn de fundamentele mensenrechten niet overtreedt.
    Al met al wijst de advocaat-generaal de meeste argumenten van de reclamanten van de hand, maar hij is het ermee eens dat de richtlijn niet overeenkomt met de principes van proportionaliteit. Zijn stellingname bevat de volgende belangrijke punten:
    • De advocaat-generaal is het ermee eens dat er behoefte is aan de richtlijn en dat er ook behoefte is aan zogenaamde ‘positieve lijsten’ die het gebruik van bepaalde vitaminen en mineralen beperken. Zijn voorstel is niet om de richtlijn geheel en al te verwerpen, maar deze te herformuleren om overeen te stemmen met de reguliere rechtspraak.
    • De opvatting van de advocaat-generaal is niet bindend. Het Europese Gerechtshof zal zijn besluit in deze zaak tijdig bekend maken, waarschijnlijk in juni 2005. Het is echter vermeldenswaardig dat het Gerechtshof zich in de meeste gevallen aansluit bij de mening van de advocaat-generaal.
    • Ervan uitgaande dat het Gerechtshof zich aansluit bij de mening van de advocaat-generaal, is het waarschijnlijk dat de richtlijn ter herziening wordt teruggestuurd naar de Europese Commissie. De advocaat-generaal heeft in verband hiermee de volgende opmerkingen gemaakt: "Ook moet worden opgemerkt dat het ongeldig verklaren van de richtlijn om deze redenen beperkte consequenties zou hebben. Een dergelijke verklaring zou al met al niet de fundamentele inschatting van de EU-wetgever in twijfel trekken, die heeft geleid tot de keuze van een beperkend systeem met positieve lijsten voor het verkopen van voedingssupplementen die zijn verrijkt met vitaminen en mineralen. Een ongeldigheidverklaring zou veeleer de EU-wetgever ertoe aanzetten in een dergelijk systeem rekening te houden met de belangen van particuliere partijen en de noodzakelijke garanties voor hun bescherming te garanderen. Aangezien de richtlijn de lidstaten er alleen toe verplicht de handel in producten te verbieden die voor 1 augustus 2005 niet voorkomen op de positieve lijsten, zullen de praktische effecten van een ongeldigheidverklaring beperkt zijn, wanneer de noodzakelijke verbeteringen en aanvullingen op de tekst van de richtlijn snel worden uitgevoerd".
      Met andere woorden: de richtlijn is een slecht ontwerp, maar is vatbaar voor verbetering.

Wat zal er nu gebeuren op 1 augustus 2005? Dat zal afhankelijk zijn van het besluit van het Gerechtshof, het tijdstip waarop het besluit kenbaar wordt gemaakt en de snelheid waarmee de Europese Commissie reageert. Op dit moment lijkt het zeer waarschijnlijk dat de huidige vragen tot uitstel kunnen leiden en dat de richtlijn inzake voedingssuppletie uiteindelijk minder beperkend kan worden, ook als deze in principe in kracht treedt in de huidige vorm. Er bestaan echter ook aanwijzingen dat de eis tot gehele annulering meer effect sorteert dan verwacht op grond van de verklaring van de advocaat-generaal en dat het Europese Gerechtshof daadwerkelijk besluit de gehele richtlijn ongeldig te verklaren.

Onafhankelijk van deze ontwikkeling is het echter duidelijk dat de toegang tot voedingssupplementen en tot de informatie over de positieve gezondheidseffecten hiervan in de meeste EU-landen nog steeds beperkt blijft en nog meer beperkt kan gaan worden.

De noodzaak neemt voortdurend toe dat wij met behulp van initiatieven van de Dr. Rath Health Foundation allemaal blijven vechten tegen deze beperkingen, bijvoorbeeld door het verzamelen van handtekeningen of door activiteiten met betrekking tot de Codex. Wij moeten daadkrachtig blijven eisen dat op Europees niveau wetten in werking treden, die ons de vrije toegang tot natuurgeneeswijzen en informatie hierover garanderen, voor onze en alle volgende generaties. De gezondheid en het leven van miljoenen mensen zijn hiervan afhankelijk.

Dr. Rath Health Foundation