Pagina hulpmiddelen
Voor alle Dominiks op deze wereld
Tijdens de voordrachttour van dr. Matthias Rath en dr. Aleksandra Niedzwiecki in maart in Duitsland, hielden Anke en Josef Feld een toespraak waarin ze hun dank uitspraken voor de steun die ze hadden ontvangen uit Dr. Rath's Gezondheidsalliantie en voor de persoonlijke hulp van dr. Rath en zijn team.
Goedenavond dames en heren,
Het is voor mij niet gemakkelijk om hier voor u te staan en alles nog een keer kort de revue te laten passeren. Maar mensen blijven ons bellen, omdat ze het echte verhaal willen horen en willen weten hoe wij staan tegenover dr. Rath en de cellulaire geneeskunde. Ze blijven vragen naar het hoe en waarom van de berichten in de media. Daarom zijn we begonnen te vertellen over onze belevenissen, over het ware verhaal van onze Dominik, op internet, in de ‘Rath international’ en ook in de nieuwe ‘Gezondheids-Rath-gever’. Alleen via deze kanalen wordt ons deze mogelijkheid geboden. Toen wij in onze eigen krant helderheid wilden verschaffen, kregen we van de Rhein-Zeitung te horen dat van de familie Feld niets mocht worden gepubliceerd. Let wel: over ons, over dr. Rath of over de cellulaire geneeskunde wel, maar niet door ons!
De meest gestelde vraag aan ons is: Hoe staat u tegenover dr. Rath en de cellulaire geneeskunde? Ons simpele antwoord: met zeer grote dankbaarheid. Dankbaar dat er mensen zijn zoals dr. Rath, zijn medewerkers en mensen in de Gezondheidsalliantie, die ondanks alle laster hun eigen weg blijven volgen en hun ervaringen met anderen willen delen, zodat iedereen die dat wil hiervan kan profiteren.
Ik zou de vraag hier en nu ook aan u willen stellen: Hoe zou u staan tegenover iemand die door zijn onderzoek, zijn hulpvaardigheid en zijn vriendschap uw kind helpt gezond te worden? Maanden geleden heeft Dominik in Mainz uit zichzelf gezegd: "Sinds ik de vitaminen van dr. Rath neem, gaat het veel beter met mij". Helaas mocht het niet zo zijn. Een kind als levend bewijs dat de cellulaire geneeskunde gelijk heeft? Dat kan de van de farmacie afhankelijke artsenij niet gebruiken – ze hadden hem nooit met rust gelaten! Weet u wat dat betekent voor het dagelijks leven? Bij elk onderzoek, elke CT-scan en elke röntgenfoto, zouden wij precies hebben moeten bedenken of we nog ergens iemand hadden kunnen vinden voor een objectieve uitkomst. De artsen waren snel bevooroordeeld door de bedenkelijke uitlatingen van prof. Jürgens uit Münster. Die was ontsteld over het feit dat wij in maart van het afgelopen jaar opnieuw het zorgrecht voor Dominik hadden verkregen en schreef toen aan het openbaar ministerie: "Mocht dit kind ooit sterven, dan moet er een obductie (sectie) plaatsvinden."
Dominik had een auto-ongeluk kunnen krijgen. De obductie zou desondanks hebben aangetoond dat ons kind is gestorven aan kanker. Want het ging hier allang niet meer om ons kind. Het ging er hier alleen maar om de wereld te moeten bewijzen dat dr. Rath ernaast zit en dat zijn onderzoeksresultaten niet kloppen. Met Dominik had dat niet veel meer te maken.
Zo werden we voortdurend begeleid door angst: Wat als Dominik ziek zou worden? Wat er dan zou gebeuren moesten wij helaas op een verschrikkelijke manier ervaren. Bij het voetballen kreeg hij een voetbal tegen zijn rechterslaap. Wat op zich niet zoveel voorstelt, heeft na een chemotherapie hele andere gevolgen: De vaten worden door het giftige spul zo poreus, dat er hematomen ontstaan, terwijl er anders niets gebeurd zou zijn. Dat was ook het geval bij de slaap van Dominik. De bloeduitstorting was zelfs zo groot, dat deze tijdens een noodingreep moest worden verwijderd.
Vanaf dat moment had het ziekenhuis ons kind weer in handen. Het was bijna te voorspellen hoe alles zich nu zou ontwikkelen. De behandelende chirurg sprak eerst in het bijzijn van getuigen over een hematoom "zo groot als een kastanje". Maar in het bericht aan het ziekenhuis in Kirchen was uiteindelijk sprake van een kwaadaardige tumor (osteosarcoom) ter grootte van een kastanje. Zo laaide opnieuw de discussie op in de pers over de vermeende kankeraandoening van onze zoon. Vanuit Münster kwam het gerucht in de media dat Dominik heel veel uitzaaiingen had.
Bij de operatie van het hematoom was een stuk bot verwijderd, dat pas zes weken later, na vermindering van de hersendruk weer moest worden teruggeplaatst. Dominik moest dus weer terug naar het ziekenhuis. Nu werd het nog erger: Na het vooronderzoek voor de operatie zei men ons aan de hand van een CT-scan, dat de tumor in Dominiks hoofd nu al zo groot was als een vuist! Wij waren ontsteld en wilden meteen de behandelende chirurg spreken. Dat was echter niet mogelijk. Hij was voor ons niet aanspreekbaar.
Drie dagen later moesten we weer naar de kliniek komen voor de operatie. Een dag voor het zover was, werden we gebeld door de chirurg. Hij zei dat hij nog eens goed had gekeken naar de foto's: "Het gaat hier om een oedeem. Het is geen kwaadaardige tumor zoals men u heeft verteld. Wanneer het verder goed gaat met Dominik, zullen we wachten met de operatie. Want in veel gevallen verdwijnt een dergelijk oedeem vanzelf. Wanneer dit echter niet het geval is, zullen wij het behandelen."
Weer liep alles anders: Dominik moest opnieuw een noodingreep ondergaan en weer was er sprake van een tumor zo groot als een vuist - de conclusie van de patholoog luidde was dat het een osteosarcoom betrof. De chirurg, waarmee wij kort daarvoor hadden gesproken, was op dat moment op vakantie. Aangezien er verder niemand was die we vertrouwden, vroegen we om een weefselmonster. Dat kregen we pas na veel aandringen. We hebben het weefselmonster laten onderzoeken waar niemand iets wist over Dominik en zijn voorgeschiedenis. Het resultaat van dit onderzoek was eenduidig: geen osteosarcoom!
Voor ons is het duidelijk: Dominik stierf niet aan kanker, maar aan een groot aantal klinische en medische fouten en aan de ernstige verwaarlozing van onze zoon in de diverse klinieken. Zo werden er bijvoorbeeld geen preventieve maatregelen getroffen om infecties te voorkomen, die na kunstmatige beademing zeer vaak optreden. Een onderzoek hiernaar, dat in 17 Europese landen werd uitgevoerd, toonde aan dat het risico op infectie na 48 uur kunstmatige beademing enorm toeneemt. Dominik werd 120 uur kunstmatig beademd – meer dan twee keer zo lang!
Toen Dominik uit zijn kunstmatig coma werd gehaald, kon hij alles bewegen. Dit leek de artsen te verrassen. Zij dachten dat hij zeker verlamd zou zijn en eventueel niet meer kon praten. Maar Dominik keek mij met tranen in zijn ogen aan en zei, "dat met mijn hoofd mama, dat hebben ze expres gedaan, ze willen je kleinkrijgen, je kapotmaken." Ik was sprakeloos: Wat had hij meegekregen?
Onze zoon stierf door de onwetendheid van veel artsen. Hij stierf, omdat zij bij hoog en laag bleven beweren dat hij kanker had, hoewel de pathologische bevindingen het tegendeel bewezen: Geen maligniteit (kwaadaardigheid) in de longen. Zo stond het in de analyses.
Dominik had een ernstige longontsteking met pleurale uitstorting. Maar niemand heeft deze longontsteking werkelijk behandeld. Er werd geen bijbehorend onderzoek uitgevoerd. Zelfs noodzakelijke maatregelen werden hem onthouden. Hij kreeg pas bloed en albumine toen wij hierop aandrongen en zelfs toen was het nog te weinig. Ook hoge doses vitamine C mocht Dominik niet hebben. Toen wij hiernaar vroegen, zei de chef van de kinderafdeling in Kirchen dat hoge doses vitamine C toxisch zijn en dat hij de intraveneuze toediening dan ook uit ethische gronden moest afwijzen.
Ethische gronden? Waar waren deze ethische gronden, toen hij uit alle macht probeerde Dominik wijs te maken dat hij heftige pijn had, alhoewel onze zoon steeds zei dat dat niet klopte? Steeds weer zei hij: "Jij hebt veel pijn, Dominik." Totdat ons kind helemaal verward vroeg: "Mama, waarom moet ik dan pijn hebben?"
Maar het werd zelfs nog erger: Toen Dominik zich de pijn niet meer wilde laten aanpraten, stuurden ze hem uiteindelijk een priester. Die moest Dominik doodsangst aanjagen. Deze priester moest tegen Dominik zeggen dat hij de volgende dag zou sterven. Gelukkig was deze priester geheel sprakeloos over dit ongelooflijke voorstel. Hij weigerde te doen wat de artsen hem vroegen. Hij was zo geshockeerd door deze onredelijke eis, dat hij notities maakte van dit gesprek en deze voorzag van een datum.
Dominik wilde toen alleen nog maar weg. Steeds weer zei hij: "Ik moet hier weg. Weg naar een ander land, want hier wil niemand mij helpen. Mijn longen zijn weliswaar ziek, maar het is geen kanker. Mama, dat moet je blijven zeggen tegen de artsen." Maar die wilden daarvan niets weten. Zij spraken allang alleen nog maar over kanker in het eindstadium en wilden hem met morfine behandelen tegen de vermeende pijn, die ons kind helemaal niet had.
Toen ze niet verder kwamen met hun afmattende tactiek, volgden de artsen weer eens de weg naar de rechtbank.Weer probeerden ze om ons het zorgrecht voor Dominik te ontnemen. Dit keer was het de zogenaamde evangelische geestelijke van de kliniek die de artsen had aangeraden ons aan te geven bij het gerecht in Betzdorf. Maar deze geestelijke had noch Dominik, noch ons, zijn ouders, ooit gezien. Hoe kon hij zich een beeld vormen en vervolgens een dergelijk advies geven, zonder ons ooit ontmoet te hebben?
De hele situatie werd steeds akeliger. Waarom vonden de medici het plotseling zo belangrijk om Dominik morfine te geven? Iedereen die ook maar iets weet over morfine, beseft dat dit spul patiënten in een diepe staat van vegeteren kan storten en zelfs kan doden. Wilde men ons daarom eind augustus 2004 nog een keer het zorgrecht ontnemen, zodat men Dominik met toestemming van het gerechtshof overvloedige hoeveelheden morfine kon geven?
Dominik had geen morfine nodig en wilde het ook niet. Hij wilde alleen maar naar huis. De arts zei steeds weer: "Morgen. Morgen mag je naar huis." Maar dit was niet meer dan een valse belofte om Dominik aan het lijntje te houden, want ze wilden hem helemaal niet laten gaan. Pas na veel druk van onze advocaat en veel hulp van vrienden lukte het ons om Dominik 's avonds tegen 21.30 uur toch nog uit het ziekenhuis te krijgen. Maar naar huis mocht ons kind nog steeds niet. Hij werd alleen opgenomen in een andere kliniek, waarvan wij de precieze gegevens moesten achterlaten.
In deze laatste kliniek in Duitsland was de arts gechoqueerd over de toestand van onze zoon en de nagelaten hulp in het ziekenhuis in Kirchen. Hij wilde zelfs aangifte doen bij het openbaar ministerie in Koblenz. Toen stuurde hij ons een journalist van het blad Bild. Hij vond dat alles moest worden opgeschreven wat wij hadden beleefd. En dat wij die man konden vertrouwen, zei hij ook nog. Want de journalist was een vriend en de peetoom van zijn kinderen.
Wij waren hier nog niet zo zeker van. Wij vertelden niets. Maar deze arts des te meer: Hij verbrak zijn zwijgplicht, liet Dominiks röntgenfoto's kopiëren en leek veranderd als een blad aan een boom. Hij was een totaal ander mens. Hij, die zelf werkte met hoge doses vitaminen en de combinaties van vitale celstoffen van dr. Rath, praatte nu heel anders. Hij, die slechts enkele dagen daarvoor nog niet had geloofd in een kwaadaardige tumor in de longen, hetgeen bleek uit de bevinding van de patholoog, nadat geen maligniteit in het celweefsel was te vinden, wilde ons opeens doen geloven dat er wel sprake was van een kwaadaardige tumor. Uiteindelijk weigerde hij zelfs om Dominik verder te behandelen en dwong ons, binnen 24 uur zijn kliniek te verlaten.
Toen wij dat uiteindelijk deden in de hoop dat wij Dominik nu met behulp van de thuiszorg thuis konden verzorgen, kregen wij de volgende schok te verwerken: De thuiszorger was van mening veranderd en deelde ons mee dat op een hoger niveau zou worden besloten hoe het verder moest. Wat was hier nu weer de reden voor? Als de artsen van mening waren dat er geen hoop meer was voor onze zoon, waarom mocht hij dan niet naar huis? Waarom moest hij met alle geweld naar een hospitium?
Voor ons was er nu nog maar één oplossing. Al veel eerder had Dominik ons gezegd dat hij er niet meer in geloofde nog hulp in Duitsland te krijgen. "Breng me alsjeblieft naar een ander land, hier helpt niemand mij meer", had hij steeds weer gezegd. Dus gingen wij naar het buitenland, zoals Dominik het wilde.
Deze stap bleef niet zonder gevolgen: De thuiszorger gaf ons aan en beweerde dat wij zonder medische verzorging de kliniek hadden verlaten. Was dit slechts een tactische zet om op deze manier Dominik weer onder hun controle te krijgen? Het feit dat Dominik zo overhaast uit de laatste kliniek werd gezet, laat nauwelijks een andere conclusie toe. Op 17 september liet de verpleegkundige ons in ieder geval opnieuw het zorgrecht ontnemen. Toen waren wij echter al onder medische begeleiding op weg naar Mexico.
Ook daar probeerden ze Dominik nog te pakken te krijgen. Het was absoluut niet voldoende dat onze advocaat wist waar wij waren en onder welke omstandigheden. Nee. Volgens het Duitse recht moesten wij de rechter, de raad van kinderbescherming en de thuiszorg informeren over onze verblijfplaats. Hoe moet een jongen van negen jaar onder deze omstandigheden de rust krijgen die hij nodig heeft om weer beter te worden? Iedereen weet dat het zonder rust absoluut onmogelijk is om te herstellen van een ernstige aandoening. De operaties, de infecties en alle externe omstandigheden hadden hun sporen bij ons kind nagelaten. Dominik was hierdoor erg aangedaan. Bewust heeft men hem psychisch kapotgemaakt door hem zijn levensmoed te ontnemen. Met opzettelijke verkeerde informatie uit zijn vaderland werd zelfs bereikt dat de Mexicaanse artsen heel erg onzeker werden en ook hier de behandeling van Dominik in eerste instantie slechts aanzienlijk beperkt werd uitgevoerd. Dat konden wij duidelijk opmaken uit de documentatie van de kliniek. Wat wij hier ook uit konden opmaken was de sterke overtuiging van de artsen, dat Dominik geen botkanker in het laatste stadium kon hebben. Want een osteosarcoom is heel erg pijnlijk en valt dus absoluut niet te rijmen met de pijnloze toestand van Dominik.
"He is a special child," zeiden de artsen en verplegers over hem in Mexico. Veel patiënten, verpleegkundigen en artsen waren weg van hem – zij vonden hem leuk en lief. Een kleine groep patiënten kwam naar hem toe om muziek met hem te maken, want Dominik hield heel erg veel van muziek. Zo zongen zij in de herfst in Mexico kerstliedjes uit zijn geboorteland.
Wanneer het ging zat Dominik op het strand, waar hij soms zelfs even zijn heimwee vergat. Hij miste zijn familie en zijn vrienden. Zelfs zijn vader mocht hem niet opzoeken. Dat was voor hen beide zwaar. Alleen zijn grote vriend, dr. Rath, kon naar Mexico komen, om hem te bezoeken. Uren hield hij Dominik 's nachts in zijn armen. Dat zal hij nooit vergeten!
"Als ik weer thuis ben en ik word weer ziek, wie helpt mij dan?" vroeg hij een keer en staarde voor zich uit. Dat zou hij niet nog eens willen beleven, die kracht had hij niet meer. Dominik zou zijn identiteit hebben moeten veranderen om ongehinderd verder te kunnen leven.
Altijd weer wees hij in die tijd naar zijn longen en dat daar iets mee moest gebeuren. Eindelijk – maar veel te laat – luisterden de artsen naar hem. Maar Dominik was moe. Hij had al zo lang gewacht, was zo ver gegaan en kon niet meer. De meest levenslustige kleine jongen die je je maar kan voorstellen, was nu lichamelijk en geestelijk gebroken. Hij wilde alleen maar naar huis. De manier waarop hij dat zei maakte me bang. Ik vroeg hem: "Dominik, naar wie kijk je nog uit als je aan thuis denkt?" "De Heiland", zei hij alleen.
Op Allerheiligen stierf Dominik.
Voor zijn vader en zijn broers en zussen die zo ver weg waren, was dat heel erg zwaar. Om in rust afscheid te kunnen nemen, wilden wij de mis en de begrafenis in alle stilte houden. Maar zelfs toen hij dood was, liet men Dominik niet met rust. Op maandag, de dag van de begrafenis, belde 's ochtends de politie uit Betzdorf en deelde ons mee dat zij het lichaam van Dominik in beslag moesten nemen – voor een obductie.
De pers stond vanaf dat moment dagelijks bij ons op de stoep. Al toen wij nog in Mexico waren, deden gemene verhalen en roddels de ronde over de kliniek en over ons. Maar nu werden de aanvallen steeds heftiger en kwetsender. Natuurlijk was er geen enkel bewijs voor deze kwaadwillige insinuaties. Dat kon ook niet, want er was niets van waar. Maar als er geen bewijzen zijn, grijpen journalisten gewoon naar het laatste middel: laster. Slechts een enkele journalist stuurde ons een condoleance en steunde ons. Wij bedanken hen die anders waren dan hun collega's. Bedankt.
Ons verzoek om onafhankelijke artsen en advocaten toe te laten als getuigen bij de obductie, werd afgewezen. Waarom? Er restte ons dus niets anders dan daarna nog een tweede obductie te laten uitvoeren door onafhankelijke artsen, advocaten en pathologen. Dit besluit viel ons – zoals waarschijnlijk alle ouders – zeer zwaar. Maar het was het juiste besluit.
De universiteitskliniek in Mainz, die de obductie uitvoerde in opdracht van het openbaar ministerie in Koblenz, had twee maanden nodig. In onze papieren staat dat de advocate naar het resultaat vroeg en dat zij als antwoord kreeg dat dat niet zo snel ging en dat bovendien het gehele ziektedossier van Dominik nodig was om de obductie te kunnen beoordelen. Maar waarom heeft een arts een ziektegeschiedenis nodig, wanneer hij toch volgens eigen waarneming en analyse tot een oordeel moet komen? We waren sprakeloos toen we dit en andere zaken in onze papieren vonden.
Uit de tweede obductie bleek dat Dominik niet aan kanker was gestorven, maar aan een acute hartzwakte. Toch zijn een paar vragen nog steeds niet beantwoord. Zo werd de grote fibrinemassa en de ingeklapte long door de pathologen van de universiteitskliniek van Mainz weggenomen, maar niet teruggelegd. Beide ontbraken bij de tweede obductie en konden tot op de dag van vandaag niet worden onderzocht. Waarom?
Ondanks de verschrikkelijke gebeurtenissen in de afgelopen maanden wordt het tijd nu te bedanken. Bedankt dr. Rath, dat u ons heeft begeleid. Dominik zal u nooit vergeten. U heeft nu een pleitbezorger in de hemel. Bedankt ook dr. Niedzwiecki voor uw onschatbare hulp in Mexico. Bedank alstublieft ook dr. Vadim, Stella en het hele team uit Santa Clara.
Onze dank gaat ook en vooral uit naar de artsen die Dominik vertrouwde, die hem wilden helpen en hem zo goed mogelijk hebben verzorgd. Fijn dat uw beroep voor u nog een roeping is. Wij bedanken vooral dr. Baumgardt uit München, omdat u erin bent geslaagd Dominiks been te redden en ook u dr. Hadrich, voor uw enorme hulp op weg naar en in Mexico.
Ook bedank ik de mensen die met mij en Dominik in Mexico waren. Zij waren vreemden, maar stonden altijd voor ons klaar en werden vrienden. Bedankt Harald, Karin, Mira en Helen. Allen bedankt die ons hebben ondersteund en ons blijven steunen met lieve brieven, gebeden en andere ondersteuning. Met Dominik gaat het goed. Wij zijn de treurenden, die het altijd nog niet kunnen vatten dat dat wat wij hebben meegemaakt echt waar is. We missen hem heel erg. Hij had nog zo veel plannen.
Wij willen meehelpen met het verspreiden van juiste informatie over cellulaire geneeskunde en we willen mensen ertoe aanzetten om na te denken en bewust met hun gezondheid om te gaan. Steeds weer krijgen we het verleden voor ogen: een onvergeeflijke zonde!
Maar dat moet ons niet blind maken voor het heden, waarin ook veel slechte dingen gebeuren. Want de machtige geneesmiddelenconcerns oefenen dictatoriale macht uit op alle terreinen van ons leven. Alles is hecht met elkaar verweven in een dicht netwerk. Maar heeft de overheid niet een bijzondere verantwoordelijkheid ten opzichte van de zwakken, dus met name ten opzichte van kinderen? Moet de overheid hen niet beschermen tegen de willekeur van de sterken? Hoe kan men een kind dan dwingen tot chemotherapie, die slechts een experimenteel karakter heeft, zoals is vastgesteld door het Federale Gerechtshof (vergelijkbaar met de Hoge Raad) in 1993 en die volgens Spiegel geen enkel nut heeft? Waarom is er geen vrije keuze tussen alle wetenschappelijk gefundeerde alternatieven? Waarom mag men in dit land niet kiezen voor de weg van de cellulaire geneeskunde?
Eén op de vier Duitsers sterft aan kanker, aldus een onderzoek van het Duitse Bureau voor de Statistiek. Wij weten dat chemotherapie niet geneest, maar zelfs kanker opwekt. Het bestrijden van de logische consequenties van deze kennis is zeker geen gemakkelijke, maar wel een lonende en mooie opgave. Wij zullen in samenwerking met de artsen die zich bewust zijn van hun verantwoordelijkheid, met de objectieve onderzoekers en de natuurgeneeskundigen die open staan voor alternatieven – en natuurlijk met de hulp van God – een weg vinden, om de waarheid aan het licht te brengen. Want wij staan aan de goede kant – ook als we steeds met tegenspoed om moeten gaan. Hoe luidt ook alweer het oude spreekwoord: "Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt hem wel."
